De Lakenhalle deed dienst als overdekte verkoop- en opslagplaats van laken aan de (nu overwelfde) waterweg, de Ieperlee. De bouw van de hallen was afgerond in 1304.
In dit bouwwerk onderging het laken zijn laatste officiële controle, waarna de lakenhandelaars het er eindelijk konden stapelen en verkopen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het gebouw volledig vernield, op een stuk toren en een paar muren na. De wederopbouw werd geleid door architecten Ir. J. Coomans (+ 1937) en PA Pauwels.
Boven de ‘Donkerpoort', onder het wapenschild, prijkt het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Thuyne, patrones van de stad.
De 1e verdieping van de Lakenhalle kan bezocht worden via het In Flanders Fields Museum.
Uit het lange voorgebouw van de Lakenhalle rijst in het midden het belfort (70m). De huidige torenspits, met opengewerkte helm en draak (1693) is in haar oorspronkelijke vorm gereconstrueerd.
Oorspronkelijk werd de onderste torengeleding gebruikt als schatkamer. De middenverdieping was vroeger de wapenkamer. Van hieruit vindt het ‘Kattenwerpen' plaats. In het ‘Klokkenluidershuis' hangen de 49 klokken van de beiaard. Het belfort is niet te bezoeken.